De Nederlandse verwarmings- en installatiesector staat voor een uitdaging die stilletjes is uitgegroeid tot een crisis. Door het hele land hebben installatiebedrijven moeite om voldoende gekwalificeerde technici te vinden om aan de vraag te voldoen — en een belangrijke wetswijziging speelt daarin een centrale rol.
Een nieuw wettelijk speelveld
Sinds 1 april 2023 is de Gasketelwet volledig van kracht in Nederland. Deze wet bepaalt dat elk bedrijf dat werkt aan gasverbrandingsinstallaties (zoals cv‑ketels, geisers en gashaarden) moet beschikken over een BRL 6000‑25 of K25000 CO‑bedrijfscertificering.
Belangrijker nog: iedere individuele monteur die aan deze systemen werkt, moet een CO‑vakbekwaamheidsbewijs behalen, inclusief een theorie‑ en praktijkexamen.
De reden is helder: koolmonoxide is kleurloos, geurloos en potentieel dodelijk. Het waarborgen dat elke installateur een minimale kennisbasis heeft, is een belangrijke stap om ongelukken te voorkomen en zowel klanten als werknemers te beschermen.
Maar hoewel de intentie van de wet logisch is, zijn de praktische gevolgen voor de sector groot en voor veel bedrijven pijnlijk.
Waarom het tekort is ontstaan
De invoering van de wet gaf de sector geen jarenlange overgangsperiode. Van de ene op de andere dag moest een groot deel van de bestaande installateurs een officieel examen afleggen, vaak voor het eerst in hun carrière.
Voor ervaren monteurs die al jaren veilig en kundig met gasinstallaties werken, voelde dit als een administratieve drempel. Zoals Damiaan van der Heijde, CEO van Climatools, het verwoordt:
“Soms kunnen installateurs niet precies uitleggen welke theorie achter hun keuze zit, maar ze weten wél dat het de veiligste keuze is. Dat zit na decennia werk bijna in hun DNA.”
Vooral het theorie-examen blijkt een struikelblok. Veel vakmensen leren beter door te doen dan door te studeren uit een boek. En een handboek vangt de praktijk niet.
Daarnaast hebben technici die al volle werkdagen draaien weinig tijd voor klassikale voorbereiding. Voor een aanzienlijk deel van de Europese instroom vormt de Nederlandse examenvorm bovendien een extra taalbarrière.
En eerlijk is eerlijk: na een lange werkdag wil niemand nog uren boven een studieboek hangen.
Het gevolg? Een aanzienlijk aantal technici zakt bij de eerste poging of stelt het examen uit. Hierdoor krimpt de groep inzetbare, gecertificeerde installateurs — precies op het moment dat de vraag naar verwarmingsdiensten hoog blijft. Bedrijven moeten opdrachten weigeren omdat ze geen ongecertificeerd personeel mogen inzetten. Nieuwe instromers, inclusief mbo‑afgestudeerden, zijn gemotiveerd en praktisch vaardig, maar mogen niet zelfstandig werken tot ze het theorie-examen hebben gehaald.



